Doorgaan naar hoofdcontent

Terug in de tijd; (gezondheids)zorgen bij onze toen-nog-baby

Even terug in de tijd. Het is 17 november 2016. Ik heb om 10 uur een afspraak bij de huisarts voor E. Ze is al 2 weken aan het kwakkelen. Het begon met koorts en verkouden. De koorts is ondertussen weg, maar ze knapt nog niet op. Ze eet bijna niet meer, drinkt vooral nog kleine beetjes borstvoeding terwijl ze al ruim 10 maanden is. 

We maken ons zorgen. En dat doen we eigenlijk al veel langer. Want we zijn al zó lang aan het tobben met E. Het is een hele vrolijke en blije baby. Ze houdt enorm van gezelligheid. Alleen het eten, drinken en slapen is een DING (nee, geen dingetje, echt een DING). Flesvoeding neemt ze niet, zelfs geen afgekolfde melk. Ze drinkt maximaal 10 cc uit een flesje en dat gaat met héél veel pijn en moeite. Bedenk het maar en we hebben het geprobeerd om haar uit de fles te laten drinken. Vooral heel frustrerend voor mijn man en de gastouder waar E is als ik aan het werk ben. 

Ze wil alleen bij mij drinken. Heel vaak drinken. Om de 2 of 3 uur, de hele dag én nacht door. Ook daarvoor bedachten we van álles! De lactatiekundige wist het ook niet meer. En het consultatiebureau? Die gaf als antwoord: ‘zij is niet de baas, dat zijn jullie. Dus gewoon laten huilen ’s nachts en 4x een voeding geven per 24u'. Ze was op dat moment 6 of 7 maanden en dit hele advies druisde tegen mijn moederhart in. Daarbij: we woonden in een flat op dat moment. Hoe de buren het zouden vinden als we haar zouden laten huilen? Nee, dat leek ons in dit geval niet de oplossing. Er was iets anders maar wat..? 


Ook het vaste voedsel ging maar moeizaam. Altijd maar kleine beetjes. 

En dan het slapen! Gelukkig heeft mijn zus veel verstand van draagdoeken en ze raadde me de Kokadi Flip aan, ergonomisch maar met weinig geknoop. Perfect voor mij. Toen E 4 weken was kwam deze draagdoek binnen en hij is zijn geld dubbel en dwars waard geweest! E heeft er zo ongeveer in gewoond, die eerste 6 maanden. Ze sliep veel door de dag heen. En ’s avonds viel ze slecht in slaap. Een speen wilde ze niet, ze sabbelde liever op mijn pink. Vele uren heb ik naast haar bedje gezeten. We probeerden verschillende tips, inbakeren werkte wel, ze sliep rustiger. Maar kwam nog steeds elke 2/3 uur om te drinken. In de draagdoek sliep ze heel goed. En dus hoopten we elke dag dat de moeilijke fase vanaf die dag voorbij zou zijn. Elke dag opnieuw. Om er 's avonds achter te komen dat we nog steeds in dezelfde pittige fase zaten. 


Toen werd ze ziek; koorts en verkouden. En ze at amper meer. We zagen haar afvallen terwijl het altijd al een klein frummeltje was. Vandaar dat we voor overleg de huisarts belden. We zijn bevoorrecht met een fijne huisarts. Ze wilde voor de zekerheid E nakijken en zo ging ik er naartoe. Tas mee met luiers voor allebei de meiden, ook maar wat eten en drinken want je weet maar nooit..


Ik vertel de huisarts dat E al 2 weken niet fit is. Griepje gehad maar ze knapt niet op. Ze kijkt E na en zegt: ‘ik hoor een soort ruisje. Daar moet u voor naar het ziekenhuis. Maakt u zich nog geen zorgen. Het hoeft niks te betekenen. We willen het voor de zekerheid checken. Het kan ook van het griepje komen.’.

Het was wel belangrijk dat we meteen gingen, voor het geval dat.. En zo gingen we naar de spoedeisende hulp van het Maasstad ziekenhuis. 

In mijn volgende blog lees je over dit bezoek. Maar ook ons bezoek aan het Sophia kinderziekenhuis en het Sint Franciscus Gasthuis. 


Reacties

Populaire posts van deze blog

De buitenkant van iemand met autisme

Maar je ziet helemaal niks!  Deze opmerking is wel eens gezegd over onze dochter met autisme. En het is denk ik vaak door mensen heen gegaan: zij, autisme? Ik zie het helemaal niet en eigenlijk merk ik het ook niet.  En dat klopt. Zo op het oog is er niets bijzonders aan haar te zien en ook merk je het niet altijd in haar gedrag. Dat is enerzijds haar kracht. Ze is heel goed in observeren en sociaal kopiëren. We leren haar thuis sociale vaardigheden aan en oefenen met sociale situaties. En zo weet ze zich in de meeste situaties goed staande te houden. Best heel fijn, daar zal ze in de toekomst veel aan kunnen hebben! Aan de andere kant zorgt het ook voor onbegrip. Want kijk eens hoe goed ze het doet, het zal wel meevallen, toch? Ja, er zijn momenten dat het wel meevalt. Als ik haar op het schoolplein zie spelen met vriendjes en vriendinnetjes voel ik me trots. Wat doet ze het goed! Als ik haar blij zie kletsen met goede bekenden of familie dan maakt het me blij.  Helaas z...

Door de ogen van mijn dochter met autisme

Al heel wat blogs schreef ik over autisme in het gezin. Ik nam je mee voor een kijkje   achter de voordeur. Hoe gaat het eraan toe in ons gezin met autisme? Eén ding hebben al deze blogs gemeen: ze zijn allemaal door mij geschreven. Wat nu als mijn dochter een blog zou schrijven? Wat als zíj eens een kijkje zou geven in haar leven met autisme? Hoe zou zo’n blog eruitzien? Zou ze vertellen over de kleding die ze ’s ochtends aantrekt maar waarvan de jurk echt niet fijn zit; zodra je de arm naar voren doet, voel je de stof opkruipen. Dat voelt vervelend! En je voelt dat de hele tijd. Mama zegt dat deze jurk mooi staat, maar ik voel de stof schuren op mijn arm. Wat nu? En terwijl ik me aankleed vraagt mama wat ik op mijn brood wil. Hoe kan ik daar nu over nadenken? Ik voel die jurk steeds dus ik antwoord: ‘weet ik niet…’. En dan het haren kammen; elke dag vraag ik aan mama of ze echt zo zacht mogelijk wil doen. Elk klitje voel ik zo hard. Echt niet fijn. Of zou ze vertellen o...

Drie verschillende ziekenhuizen op 1 dag; vervolg

 In mijn vorige blok heb ik verteld hoe E door de huisarts werd doorverwezen naar de spoedeisende hulp van het Maasstad ziekenhuis. Ik reed eerst nog snel langs huis, nam voor de zekerheid een zak broodjes mee. Want tja, je weet maar nooit hè! Al vrij snel mogen we verder komen. Het eerste kamertje vind ik altijd een soort keuringskamer. E wordt ‘gekeurd', en ja, ze horen inderdaad iets. Helaas, de uitkomst van de keuring is dus niet: terug naar huis, maar: verder het ziekenhuis in. We nemen plaats in de volgende wachtkamer. Gelukkig voor S is daar leuk speelgoed. E heeft niet zo veel energie om te spelen, die zit heerlijk bij me op schoot. Na een poosje worden we naar een kamer halverwege de lange gang gebracht. Een verpleegkundige komt weer even wat controles doen. E is heel dapper. Dan moeten we weer wachten. Dat is eigenlijk hoe de volgende uren eruitzien: er komt een verpleegkundige binnen, die doet een controle of een onderzoekje en we wachten weer. Tussendoor houd ik mijn ma...